Ik ben gehustled
In de Jan Pieter Heijestraat liep een zwarte man. Hij was goed gekleed zoals alleen zwarte mannen het kunnen - als een witte man zijn kleren aan had getrokken, had iedereen gegniffeld. De man sprak een jongen aan die buiten een kippenrooster schoon stond te krabben.
‘Hee kameraad,’ zei hij, ‘kan jij twee euro wisselen?’
De jongen schudde zijn hoofd.
De man keek om zich heen en zag mij. Ik liep er met mijn hond.
‘Kan jij twee euro wisselen, kameraad?’
‘Wat heb je nodig?’ vroeg ik.
‘Gewoon twee euro.’ Hij liet een handjevol kleingeld zien.
Ik pakte mijn portomonnee en keek. Ik had een muntstuk van twee euro. ‘Ja,’ zei ik, ‘heb ik voor je.’
We wisselden. Hij liet zijn handje kleingeld in mijn palm glijden en nam de munt van me aan. Zonder echt te kijken liet ik het kleingeld in mijn portomonnee vallen, maar iets zag er raar uit aan het kleingeld: het was geen twee euro. Ik ben geen rekenwonder, maar ik zag in een oogopslag dat de verzameling muntjes nooit twee euro kon zijn. Hoogstens één euro vijftig.
Wow, dacht ik, terwijl ik mijn portomonnee wegstopte. Ik ben zojuist 50 cent armer geworden. Opgelicht door een echte con-artist. Zo cool!
De goedgekleede zwarte man liep verder, en ik ook. We waren allebei tevreden.